maandag, 1 februari 2021

Wie zoals ik op het Franse platteland heeft gewoond, heeft daar onvermijdelijk te maken gekregen met het 'openen van het jachtseizoen' en alles wat daar mee samenhangt.

'In ons land wordt ook gejaagd hoor!', hoor ik roepen, maar dat is net als dat er hier wijn wordt verbouwd marginaal. In Frankrijk is het structureel. 

De ongelukken die er gebeuren (naast 'règlements de compte'; ongelukken maarnietheus, herinner ik me een jager die per ongeluk zijn beste vriend voor een wild zwijn aanzag en door de sociale druk vervolgens zelfmoord pleegde) zijn klassiek. Het minnekozen in de natuur werd ieder jaar weer betreurd met ettelijke doden door de jagers op wild. De kranten meldden het bij 'faits divers'. Want de jacht stond nooit ter discussie. Net als het uit de lucht halen van tienduizenden trekvogels, eveneens erg populair bij onze zuiderburen. 

Ze zeggen dat de Chinezen alles dat beweegt eten, nou de Fransen zijn ook niet mis. Slakken, kikkers, diverse andere reptielen en knaagdieren, ze gelden als delicatesse en dat aan onze kant van de Pyreneeën, waarachter zoals we weten Afrika begint en alles dat leeft op tafel komt.

Ik was een tijd lang relativerend over onze weerstand tegen het eten van het onbekende. 'Wat de boer niet kent lust hij niet' was niet aan mij besteed, al was ik in mijn jeugd een nachtmerrie voor mijn moeder omdat ik niets lustte. Waarom zou je een slang niet eten en een kip wel? Zo at ik in de VS krokodil en op de Antillen leguaan. Beiden smaakten naar kip. In Frankrijk at ik ook alles, al was het maar omdat er vaak niets anders was. Hert, wild zwijn, whatever. In Peru eten ze cavia. In Australië kangoeroe. Wat buiten rondloopt wordt bereid. 'Had je er maar niet moeten lopen'. Het werd versterkt door mijn weerstand tegen de bio-industrie (foie gras) waar de omstandigheden zichtbaar slechter waren dan in het bos. Dus waarom dit wel eten en dat niet? Ik kwam er niet uit en at alles. 

Veel dingen vond ik niet bijzonder of niet lekker, maar ik wilde me zeker niet laten kennen. Daarbij kwam dat ik als kok werkzaam was en moeilijk tegen de baas kon zeggen 'dat bereid ik niet'. Zo herinner ik me het in de lengte doorsnijden van een dertigtal levende kreeften voor een kerstdiner. De eersten bezorgden me hoofdbrekens, maar bij tien was het routine geworden. Ik kan me voorstellen dat het er in het slachthuis net zo aan toegaat.

Maar zoals gezegd, de tijden zijn veranderd, ook bij mij. Vanzelf ben ik steeds meer veganistisch gaan eten en heb ik vooral een aversie tegen het gebruik van boter (dat ik als kind al weigerde op brood te eten) en room ontwikkeld. Twee weken met de feestdagen in Frankrijk waren een hel. Een heerlijke gebonden soep van louter groentes werd zelfs verpest met een half pakje boter. 'Heerlijk, gegratineerde mosselen', tot ik er één proefde: brrr, boter. Het misverstand dat gerechten 'verrijkt' dienen te worden is voor mij een gepasseerd station. 

Wat was ik blij dat ik weer thuis was en zelf kon bepalen wat ik at.

In Frankrijk wordt voorgesteld het jachtseizoen te vervroegen. Of het wordt toegeschreven aan de opwarming van de aarde ('ze zijn eerder rijp') weet ik niet, maar zeker is het dat het het aantal ongelukken veroorzaakt door de jacht zal vervroegen en vergroten. 

'Jacht is nodig voor natuurbeheer' is het verweer. Het uit de lucht halen van tienduizenden trekvogels natuurbeheer? 

In Nederland hebben we de opwinding over het afschieten van dieren in de Oostvaarderse Plassen, een aangelegd 'natuurgebied'. Ik ben er niet uit. 

Als slaper in de natuur ben ik regelmatig gewekt door het knallen van geweren. Dan moet je maken dat je wegkomt of dat je je als mens bekendmaakt, want anders ben je zo aangeschoten wild. Een jaar of twee terug lag ik op een bergrichel in de Catalaanse Pyreneeën toen een man met een dubbelloops letterlijk over me heen stapte. 'M'n maat loopt iets hoger', waarschuwde hij welwillend. 'Jagen jullie op wild zwijn?', riep ik hem na. 'Nee, patrijs'. 

Het was nog halfduister, maar ik wist niet hoe snel ik uit m'n slaapzak moest komen en achter de enige boom in de omtrek posteren. Een ongeluk zit in een klein hoekje. (WK)