maandag, 27 juli 2020

Zeker gezien de toenemende verspreiding van het corona virus deze dagen, lukt het me niet er over te zwijgen. Ook, omdat de eerdere aandacht voor de sociaaleconomische oorsprong en de verwerking daarvan uit beeld verdwijnt en overlapt dreigt te worden door speculaties en complottheorieën. Daarin kunnen de herkomst en drastische gevolgen van het virus erkend worden, maar voor de bestrijding ligt dat anders. Die is slechts een fase in een al langer lopende en vooral geplande machtsgreep door bijvoorbeeld de internationaal georganiseerde fondsen van aandeelhouders.

Dat de staat zich meer en meer bemoeit met ons dagelijks bestaan, is inmiddels onmiskenbaar. Het voorrecht tot de kwetsbare senioren te behoren, en dan ook nog van 'voor de oorlog', geeft die bemoeizucht een persoonlijk karakter. Met name waar het gaat om wat in het debat over de pensioenen is opgeblazen tot het 'intergenerationele conflict'. Jongeren zijn daarin de financiers van de ouderen, terwijl ze bij het virus de besmettingshaarden zijn. Of mijn leeftijdgenoten profiteur dan wel slachtoffer zijn, hun opdracht is: inleveren en/of aanpassen. Zo luiden, kort samengevat, de opvattingen die respectievelijk door minister Koolmees en zijn collega De Jonge zijn uitgedragen. Een merkwaardige constructie van 'eenzijdige solidariteit'.

Economisch nut

Letterlijk dodelijk is de isolerende opsluiting van de bewoners in verzorgingstehuizen geweest. Dat gebeurde niet argeloos, maar was het gevolg van doelgericht beleid, waaraan paternalisme niet vreemd was. Het gebrek aan beschermingsmateriaal en een onderbezet personeelsbestand, beide breed uitgemeten, waren een logisch gevolg van jarenlange bezuinigingen in een door 'economisch nut' gedreven samenleving. Het virus als aanleiding, de markt als dictaat.

In de eerste terugblikken toonde het kabinet van Rutte en De Jonge zich geschrokken, maar de economische marginalisering van deze zorg konden de heren niet verbloemen. Prioriteiten nietwaar, bovendien in het parlement ruim ondersteund.

Openhartiger was het eerdere pleidooi van een tv-type als Kelder voor een vrijwillige quarantaine van arbeidsvrije ouderen om de economie draaiende te houden. Zijn aanhang liet die vrijwilligheid gretig vallen en opende de discussie over een door leeftijd begrensd recht op leven. Meestal stelden zij daaraan een 'noodsituatie' als voorwaarde. Een gedicteerde nood, zonder enige deugd. Een griezelige sprong van een moeizaam te stuiten virus naar een nieuw debat over een voltooid leven, te beslissen met begeleiding van professionals. Een bedenkelijk resultaat van een beleid dat gezondheidszorg privatiseerde, inclusief het onderzoek naar medicijnen dat steeds meer in anonieme internationale handen terechtkwam.

Schaamteloos profijt

Los van het bericht dat het groeiend aantal besmettingen niet aan vrijbuitende jongeren toe te schrijven is, maar ook aan oudere generaties, hun uitbraak is aangemoedigd om de vastgelopen middenstand uit het economisch slop te halen. Dat onder meer jongeren daar ruim gebruik van maakten, is geheel volgens de verwachting en bovendien voor velen van hen een ontsnapping aan een onzeker bestaan. Al of niet studerend, veelal werkzaam in de precaire arbeid en aangewezen op het lucratieve 'verdienmodel' van (internationale) uitzendbedrijven. Daarin is uitbesteding één van de pilaren van wat de neoliberale economie heet: vrijgesteld van garanties en vol van gedelegeerde verantwoordelijkheid. Wie nog twijfelde aan het bedrieglijke beeld van de zelfstandige ondernemer zonder personeel, is door het virus uit de droom geholpen.

En nu? Terugdraaien met steun van nieuwe verontrustende cijfers en grafieken en ministers die schipperen tussen de vertrouwde economie en de onbekende volksgezondheid? Waar kwamen de miljarden steun vandaan en waar gingen ze heen? Eindelijk wetgeving die de winsten aanpakt, om te beginnen van bijvoorbeeld de supermarkten die schaamteloos van het virus profiteerden?

In solidariteit

Hoe verantwoord we ons ook proberen te gedragen, hoe ervaren we misschien zijn om ons leven aan te passen, het virus is te ongrijpbaar om met zekerheid te beteugelen. Elke vorm van sociale isolatie is onaanvaardbaar, maar wat op de korte termijn te doen, is een moeilijke vraag. De bijna dagelijkse alarmberichten van betrokken medici zijn niet of nauwelijks te negeren. Dat ze elkaar soms tegenspreken, is eerder te loven dan te kritiseren. Wezenlijk is wie en wanneer de politieke beslissingen nemen en met name op grond waarvan keuzen zijn gemaakt. Het wordt tijd dat de verschillende overwegingen in de volle openbaarheid verschijnen. Een zwijgend bepalende staat schendt de democratie en heet in politiek jargon een 'sterke staat'.

Dag in en dag uit horen we van de lotgevallen van het virus en merken we zijn invloed op het menselijk bestaan dat elders in de wereld gruwelijke gevolgen heeft. Het parlement neemt vrij, is 'in reces'. Klaver van GroenLinks kijkt verlangend naar de samenwerking met de nieuwe baas van het CDA. Asscher neemt nog steeds geen afstand van de PvdA-bijdrage aan het beleid van Rutte 2 en Marijnissen is zoals de SP onzichtbaar.

Om in volle ernst met een open deur te eindigen: we zullen het zelf moeten doen, jong ouder en oud, in solidariteit en voortdurende ontmaskering van Wilders en Baudet die popelen om de complotdenkers in de armen te sluiten.

Hans Boot