Blablablabla

woensdag, 4 januari 2012
Auteur
Mark Verver

Waar je ook gaat, zit of kijkt: pratende mensen. Op straat, in de trein, thuis, bij een concert, waar het normaal is, waar het eigenlijk niet hoort, en als er niemand is in de telefoon. Altijd en overal. De he-le tijd door.

Als je goed kijkt, zie je vaak een strijd om wie het woord mag voeren. De meeste mensen vinden het fijn om te praten, het is dan alsof degene die luistert of in elk geval zwijgt bij hun in dienst is. Publiek en decor tegelijk. Veel sprekers maken op dat moment blije stofjes aan in hun hoofd, waardoor ze nog meer gaan praten. En hoe meer ze praten, hoe beter ze erin worden, waardoor ze het nog leuker gaan vinden, en dat gaat door tot er geen houden meer aan is. Het worden artiesten die met elke opvoering meer gaan houden van hun eigen repertoire. Daarom is ‘nieuwe mensen ontmoeten’ ook een hobby van ze: nieuwe mensen is voor hen een stapel blanco papieren waaraan ze de uitingen van hun verbale diarree kunnen afvegen.

Er zijn drie dingen waar mensen graag over vertellen.

Allereerst over wat ze allemaal hebben meegemaakt. Zelden interessant. Als het dat wel zou zijn, las je het in de krant en anders staat het beslist op Facebook en Twitter.
Ten tweede over dingen die ze al eerder hebben verteld. Je kent het verhaal van die artiesten en dat repertoire vast nog wel. De wereldkampioenen op dat terrein: saaie mensen die vroeger jonge jonge heel wat hebben uitgespookt, onzeker volk, en natuurlijk iedereen die de oorlog nog heeft meegemaakt. Niet te stoppen vaak.
Ten derde en vooral praten mensen over praten. Eerdere gesprekken worden in oeverloze nabeschouwingen geanalyseerd, ontleed, vertraagd afgespeeld, achteruit gekeken, onder de microscoop gelegd en op hun kop gehouden. Dus ik zeg: bla bla zeg ik; en hij: eeeeeeeeen dit en dat; nou nou, zeg ik, ik zeg ehhhh doe maar ehhh, en hij meteen: jaaaaa, maaaaaaaar, dus ik kijk hem zo aan en zeg: ik zeg enzovoort enzovoort, tot iedereen een ons weegt en onder de poep zit.

Er is een alternatief. Het is gemakkelijk en gratis. Je kunt over dingen nadenken zonder er meteen aan Jan en alleman verslag van uit te brengen. Wanneer je dat nadenken een beetje oefent, word je er steeds beter in en wordt het op den duur ook leuk. En denk eens aan de tijd die het kost om jezelf steeds weer uit te leggen. Als je een deel daarvan nou eens besteedde aan proberen om jezelf te snappen. Misschien kom je dan nog eens tot een inzicht of conclusie ook. Gewoon wat vaker zwijgen, dan komt de rest vanzelf. Tevens fijner voor de medemens.
Moet je horen wat ik nóú toch weer heb –
Sst.

Mark Verver